Werkt u met uitzendkrachten, oproepkrachten of seizoensmedewerkers, dan loopt u tegen een probleem aan dat vaste teams niet kennen: u weet vooraf niet wie er komt en welke maat die persoon heeft. Toch wilt u dat de gast of de klant geen verschil ziet tussen uw vaste mensen en de flexkracht die vandaag meedraait. In dit artikel zet ik uiteen hoe u dat organiseert zonder een kast vol kleding te laten verstoffen.

Waarom de standaardaanpak hier niet werkt

Bij een vast team meet u iedereen op, bestelt u persoonlijke sets en vult u een keer per jaar aan. Bij een flexteam werkt dat niet: u zou voor iedere denkbare maat een set op de plank moeten leggen, en het grootste deel daarvan zou nooit gedragen worden. Tegelijk is de verleiding groot om flexkrachten dan maar in hun eigen kleding te laten werken, en juist dat valt gasten meteen op. De oplossing zit in het onderscheid tussen persoonlijke stukken en poolstukken.

Splits de garderobe in persoonlijk en pool

Onderdelen die dicht op de huid zitten, zoals shirts en broeken, houdt u persoonlijk. Onderdelen die daarover gaan, zoals schorten, gilets, bodywarmers en jassen, kunnen prima uit een gedeelde pool komen. Op die manier hoeft u alleen van de buitenste laag een voorraad in ruime maatstappen aan te houden, terwijl het team er toch als één geheel uitziet. Voor de horeca is het schort daarbij vaak het sterkste herkenningspunt; welke modellen zich daarvoor lenen, beschrijf ik in het artikel over het juiste schort voor uw horecazaak.

Kies ruime maatstappen voor poolstukken

Een poolstuk hoeft niet perfect te passen, het moet acceptabel passen op veel lichamen. Kies daarom modellen met een verstelbare taille, een ruime armsholte of een snit die over meerdere maten netjes valt. Met vier of vijf maten dekt u dan een team af waarvoor u anders tien persoonlijke maten zou moeten aanhouden. Werkt u met een breed samengesteld team, dan helpt het artikel over inclusieve maatvoering bij het bepalen van de bandbreedte die u echt nodig heeft.

Reken met slijtage, niet met aantallen

Poolkleding gaat sneller stuk dan persoonlijke kleding. Ze wordt vaker gewassen, door meer mensen gedragen en minder zorgvuldig behandeld. Reken er daarom op dat u van poolstukken jaarlijks een groter deel vervangt. Kies voor die stukken bewust een zwaardere kwaliteit: de meerprijs verdient u terug doordat een set twee of drie seizoenen meegaat in plaats van één. Wat de levensduur van een kledingstuk in de praktijk bepaalt, leg ik uit in het artikel over hoe lang bedrijfskleding meegaat.

Regel het wassen centraal

Bij persoonlijke kleding kunt u het wassen aan de medewerker overlaten. Bij poolkleding is dat geen optie: een schort dat morgen weer nodig is, moet vanavond in de was. Leg vast wie wast, op welke temperatuur en met welk middel, en zorg dat er altijd een schone set klaarhangt. De grootste schade aan poolkleding ontstaat niet door dragen maar door verkeerd wassen; de meest gemaakte fout beschrijf ik in het artikel over wasverzachter op bedrijfskleding.

Maak de eerste dag simpel

Een flexkracht die om zeven uur binnenkomt, heeft geen tijd voor een uitleg van een half uur. Hang de poolstukken op maat gesorteerd, hang er een kaartje bij met wat waar hoort, en wijs één iemand aan die dit beheert. Dat kost een uur inrichten en bespaart daarna elke week discussie. Voor vaste medewerkers werkt een vergelijkbare aanpak bij indiensttreding; hoe u dat opzet, staat in het artikel over het onboardingpakket.

In het kort

Bij wisselende teams splitst u de garderobe: shirts en broeken persoonlijk, schorten, gilets en jassen uit een pool met ruime maatstappen. Kies voor poolstukken een zwaardere kwaliteit, reken op snellere vervanging, en regel het wassen centraal zodat er altijd een schone set klaarhangt. Zo ziet uw team er hetzelfde uit, ongeacht wie er vandaag meedraait. Wilt u samen uitzoeken welke stukken bij u in de pool horen? Kom langs in onze showroom aan de Televisiestraat in Den Haag, of stel uw vraag via onze contactpagina.